AntilliaansDagblad | Tijdschrift voor Historische Geografie in teken eilanden Caribisch Nederland

Volgens de redactie van het tijdschrift is over het landschap en het erfgoed van de eilanden ‘relatief weinig gepubliceerd’.

Willemstad – De derde editie van 2020 van het Nederlandse Tijdschrift voor Historische Geografie staat helemaal in het teken van Caribisch Nederland. Alle zes de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen komen aan bod.

Volgens de redactie van het tijdschrift is over het landschap en het erfgoed van de eilanden ‘relatief weinig gepubliceerd’. Dat terwijl de banden al bijna 400 jaar oud zijn met de nu onafhankelijke landen binnen het Koninkrijk – Aruba, Curaçao en Sint Maarten – en met Bonaire, Saba en Sint Eustatius, bijzondere gemeentes van Nederland.

‘Reden genoeg’ voor een themanummer, aldus het voorwoord van de laatste editie. De rode draad vormen ‘de zichtbare, maar ook onzichtbare, sporen van de Nederlandse kolonisatie’. ,,Hoe, waar en waarom hebben de bewoners en bestuurders ingegrepen in het bestaande landschap en wat zijn daarvan de gevolgen geweest?”

Gastredacteur David Koren analyseert de geschiedenis van het plantageverleden van Curaçao, dat ‘behalve in de monumentale landhuizen nog zichtbaar is in het landschap’. In een tweede bijdrage aan het tijdschrift beschrijft Koren ‘het moeizame proces’ om het plantagesysteem op Bándabou als werelderfgoed voor te dragen. De schrijver beargumenteert dat moet worden ingezet ‘op de waarde van het cultuurlandschap en minder op de architectuurgeschiedenis van de vier geselecteerde plantagehuizen’.

Claudia Kraan vertelt in gesprek met haar collega-archeoloog over de rol van het Verdrag van Malta bij het beschermen van de cultuurhistorisch waardevolle landschappen op Bonaire. Romy van Voren beschrijft in haar artikel over de beschilderde kunuku-huizen op Aruba, ‘cas floria’, de invloed van de Nederlandse kolonisatie op de lokale bouwtradities.

De kolonisten hebben de topografie van Saba op een wel heel bijzondere manier aangepast, zo blijkt volgens de redactie uit de bijdrage van Dré van Marrewijk en Floortje Aldershoff. Dat heeft bijzonder erfgoed opgeleverd. Archeoloog Ruud Stelten legt uit dat de geografische overlevering op Sint Eustatius goed verborgen is en ‘ogenschijnlijk onzichtbaar’.

In de rubriek ‘Landschap op papier’ voert Wim Renkema de lezer mee naar de uitbreiding van een zoutpan op Sint Maarten. Het themanummer sluit af met een volledig aan de Antillen gewijd literatuuroverzicht.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *