AntilliaansDagblad | ProMo: Droefheid en woede

‘Eigenaren ingestorte panden maar óók overheid verantwoordelijk’ | Antilliaans Dagblad

Willemstad – Allereerst is de eigenaar, of zijn de eigenaren, van een pand in deplorabele staat en dat instort verantwoordelijk. ,,Maar minstens zo verantwoordelijk is de overheid. Ook die stond erbij en keek ernaar”, aldus Fundashon Pro Monumento.

Afgelopen dagen was het weer raak in de binnenstad. Door de overvloedige regenval stortten de gevels in van de panden Consciëntiesteeg 61 en het tegenoverliggende pand Consciëntiesteeg 68, ‘La Moda De Paris’.

Met gemengde gevoelens heeft het bestuur van ProMo naar de beelden op tv en de foto’s in de krant gekeken. ,,Droefheid, wanhoop, machteloosheid maar vooral ook woede. En je vraagt je af hoe het zo ver kan komen dat de voorgevels van twee panden tegelijkertijd in kunnen storten? Hoe zit het met het beheer van ons erfgoed en de binnenstad, onze werelderfgoedstad?”

De Monumenteneilandsverordening (MEVC) stelt dat een eigenaar verantwoordelijk gesteld kan worden voor het (ontbreken) van onderhoud en dat de overheid op kosten van de eigenaar dat herstel kan gaan laten uitvoeren, nadat de eigenaar hiervoor diverse malen is aangeschreven. Zo legt ProMo uit.

,,Reageert de eigenaar dan niet, dan kan en mag de overheid dit herstel uitvoeren. Na dit herstel uitgevoerd te hebben kan de overheid de kosten hiervan verhalen op de eigenaar. Komt de eigenaar niet over de brug, dan kan de overheid beslag leggen op het pand en in het uiterste geval, als dan nog de eigenaar weigerachtig is met betalen, kan het pand geveild worden. Waarom kan de ontvanger wel in een handomdraai beslag leggen als iemand belastingschuld heeft en vervolgens veilen, en in dit geval niet?”

Dit specifieke geval van de Consciëntiesteeg is al diverse keren in de afgelopen jaren ter sprake gekomen in het zogenaamde Monumentenplatform; een platform van alle stakeholders van de Curaçaose monumentenwereld, waarin ook het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP) is vertegenwoordigd.

Ongeveer een jaar geleden is in dit platform besproken dat de Stichting Monumentenfonds Curaçao (SMFC) bereid was gevonden de cascorestauratie te financieren en te begeleiden. Dit voorstel is ook overlegd met VVRP.
,,Hierbij hoefde de overheid (lees: VVRP) slechts het mandaat te geven aan de SMFC om deze stappen te ondernemen. Je zou denken dat je dat wel op één A-4’tje zou kunnen vastleggen, het ei van Columbus.”

Het voorstel werd later nogmaals gedaan, maar hier is ondertussen nog weinig van terechtgekomen en is het volgens ProMo ‘in een ambtelijke la verdwenen’. ,,Ondertussen zijn de panden ingestort. Kennelijk ontbreekt het bij de overheid aan daadkracht, en met name de minister van VVRP en haar ambtenaren, om dergelijke beslissingen te nemen.”

‘Oplossing kost overheid geen cent’

Deze oplossing met de Stichting Monumentenfonds Curaçao (SMFC) zou de overheid bovendien ‘geen cent kosten’, want ook het verhalen van de kosten op de eigenaar zou de SMFC op zich nemen. ,,Zouden bij veilen de kosten die de veiling opbrengt lager zijn dan de werkelijke kosten, dan zou de overheid dit verschil betalen. En dat laatste bleek nu net het hete hangijzer te zijn waardoor de overheid het mandaat maar niet geeft aan de SMFC.”

Opgemerkt zij – verklaart ProMo – dat (nood-)herstel niet voldoende is en dat specifiek een cascorestauratie uitgevoerd zou moeten worden. ,,Als het bij herstel en stutten blijft en de eigenaar en/of de overheid niets meer doen, is het na een jaar of vijf weer raak na een paar regenbuien.”

Al eerder is de vraag gesteld hoe het zit met het beheer van het Curaçaose erfgoed, want kennelijk schort het daar ook aan alle kanten. Dit beheer zou moeten vallen onder verantwoordelijkheid van de overheid, meent ProMo.

Voor 10-10-‘10 bestond er een Monumentenbureau dat viel onder de voormalige Dienst Ruimtelijke Ontwikkeling en Volkshuisvesting (Drov), maar sinds 10 oktober 2010 is door onder andere reorganisatie, slechte aansturing en onderbezetting het Monumentenbureau niet meer teruggekomen in de nieuwe organisatie Ruimtelijke Ordening en Planning (ROP), die weer onderdeel is van het ministerie van VVRP.

Na 10-10-‘10 is er echter geen nieuwe entiteit voor teruggekomen die zich bezighoudt met erfgoed. Daardoor is het beheer van het erfgoed er niet beter op geworden. Dit terwijl de overheid zichzelf wettelijk heeft verplicht in de Monumenteneilandsverordening (MEVC) en aan Unesco om een dergelijke instelling te hebben.

ProMo is van mening dat er een organisatie moet komen die autonoom functioneert als ‘City- and Heritage Management’. Unesco stelt ondertussen zelfs de eis aan World Heritage Sites dat er een ‘Site Management’ moet komen en een daarbij behorend managementplan. De overheid is dit dus verplicht, wil men tenminste de Unesco-status behouden. Het is zelfs zo, vervolgt de stichting, dat de ministerraad in 2016 het ‘Managementplan Historisch Willemstad 2016-2020’ heeft goedgekeurd. ,,Van uitvoering hiervan is tot op heden niets terechtgekomen. Wellicht wegens het gebrek aan (politieke) interesse?”

Het beste zou zijn om dan ook een nieuwe entiteit op te richten, zo genoemde City- and Heritage Management Office, die de status krijgt van een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) dat níet valt onder de minister van VVRP maar onder de minister van Algemene Zaken of wel de minister-president. ProMo: ,,Een dergelijke autoriteit zou ook bijna dictatoriale macht moeten hebben om te voorkomen dat deze instelling onderhevig is aan (partij-)politiek.”

Kortom, niet alleen de eigenaar is schuldig, maar óók de overheid (in het verleden gedeputeerden en tegenwoordig ministers) is minstens zo schuldig, daar die overheid al decennia geen daadkracht toont; in de uitvoering en handhaving van de wetten, noch in de uitvoering van het beleid, noch in het instellen van een organisatie die zich met erfgoed bezighoudt.

Overigens ligt er al enkele jaren een voorstel voor een nieuwe Monumenteneilandsverordening klaar, op initiatief van het eerdergenoemde Monumentenplatform. Een wet waarin onder andere is vastgelegd dat monumenteneigenaren nog harder kan aangepakt kunnen worden als zij zich niet goed kwijten van hun taak ten aanzien van het onderhoud van hun beschermde monumentale bezittingen.

,,Maar ook hier vertoont de overheid gebrek aan daadkracht. De wet ligt nog steeds in die ambtelijke la stof te vangen”, schrijft ProMo.

Ook de overheid zal, als monumenteneigenaar, ‘hand in eigen boezem moeten steken’, want ook de overheid is in bezit van diverse beschermde monumenten die leegstaan en vervallen zijn. Een kleine greep uit deze eigendommen: Landhuis Kortijn, Consciëntiesteeg 33-35, Landhuis Groot Sint Joris, Quarantainegebouw bij Caracasbaai, Zwavelgebouw bij Caracasbaai, Fort Beekenburg, Klipstraat (ex-Domeinbeheer), Landhuis Sorsaka enzovoort. ,,Alle gebouwen die eigendom zijn van het Land Curaçao en waar tot op heden niets mee gebeurt.” Aldus Dennis Klaus namens het bestuur van Fundashon Pro Monumento.

Al 25 jaar overleg met familie

Achterstallig onderhoud, verwaarlozing, desinteresse, gebrek aan respect voor het erfgoed en vooral onverdeelde boedels spelen een belangrijke rol bij het niet nakomen van de verplichtingen als eigenaar van monumentale panden. ,,Een andere conclusie kan men bijna niet trekken. Immers, was dat anders geweest dan waren de panden al jaren geleden gerestaureerd of misschien verkocht aan iemand of een instelling die wel dat respect en de middelen heeft en die wel iets met het pand zou hebben gedaan”, stelt ProMo.

Als de website www.curacaomonuments.org erop wordt nagelsagen, staat geregistreerd voor de Consciëntiesteeg 61, als eigenaar de Burg. Maatschap, Erven de Windt, p/a dr. V.E.J.A. de Windt en voor Consciëntiesteeg 68 de Erven Arabella Regina M. de Windt wederom p/a dr. V.E.J.A. de Windt. Dit schijnen dus panden te zijn in bezit van dezelfde familie, althans de erven daarvan.

Het blijkt dat al meer dan 25 jaar met deze familie overlegd wordt om de panden te restaureren dan wel ten minste een cascorestauratie uit te laten voeren. ProMo:

,,Klaarblijkelijk zonder enig resultaat. Zo’n vijf jaar geleden stortte al een deel van de achterzijde van nummer 61 in en moest dat gestut worden. Ook toen bleef het daarbij en is er geen actie ondernomen. Enkele jaren geleden moesten de gevels van de bewuste nummers 61 en 68 gestut worden, omdat er toen daar ook instortingsgevaar dreigde en omdat in de gevels en dakgoten een weelderige plantengroei aanwezig was, waarvan de wortels de gevels aan het kapot drukken waren. En weer bleef het daarbij.

Nu in november 2020 zijn de gevels van de nummers 61 en 68 uiteindelijk ingestort en is het wachten op de volgende regenbui om de rest van de panden te laten instorten. En weer gebeurt er niets. Het moge duidelijk zijn dat de kosten die nu zijn ontstaan, de oorspronkelijke cascorestauratie, was die 25 jaar geleden uitgevoerd, vele malen overstijgen.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *