AntilliaansDagblad | Ansary-zaak verder op 2 december

Over gevraagde inzage in Ennia-stukken en mogelijke schikking

Willemstad – In de Ansary-zaak, de grootschalige aansprakelijkheidsprocedure van de Ennia-bedrijven tegen hun eigenaar Hushang Ansary en diverse ex-bestuurders van het verzekeringsbedrijf, is eind oktober een zogenaamd ‘comparitievonnis’ gewezen.

Bepaald is dat op 2 december een comparatie(zitting) zal worden gehouden. De comparitie heeft twee doelen. Ten eerste bespreken hoe de – eventuele – inzage, op grond van het verzoek om inzage door Ansary en de overige gedaagden, praktische vorm zou kunnen krijgen; dit is in verband met een door Ansary cum suis opgeworpen incident, waarin zij een verzoek tot inzage in bescheiden van Ennia verzoekt.

Op de tweede plaats heeft de comparitie van volgende maand tot doel te bespreken welke mogelijkheden partijen zien om tot een schikking te komen. De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS), die begin juli 2018 aan het gerecht verzocht om het uitspreken van de noodregeling ten aanzien van de Ennia-entiteiten, heeft steeds en bij herhaling aangegeven bereid te zijn tot een schikking met Ansary c.s. te geraken, maar serieuze besprekingen blijven tot nu toe uit.

Na een uitgebreid onderzoek kon, aldus de CBCS eerder, worden vastgesteld dat ‘door wanbeleid van oud-beleidsbepalers en aandeelhouders’, waarbij volgens de toezichthouder weloverwogen gebruik is gemaakt van ondoorzichtige constructies en van de instellingen die buiten het toezicht van de CBCS vielen, Ennia een schade heeft geleden van minimaal 700 miljoen gulden. Die schade vordert Ennia terug in de aansprakelijkheidsprocedure die al in oktober 2019 met een verzoekschrift aanhangig is gemaakt. Pas bijna een jaar daarna, eind september 2020, is door Ansary in die procedure gereageerd.

Ennia kan tot voor de zitting een zogenoemd ‘conclusie van antwoord’ in het door de gedaagden opgeworpen incident, waarin zij dus inzage in stukken van Ennia verzoeken, indienen.

Er is tijdens de comparitie op 2 december gelegenheid tot kort pleidooi door beide partijen – 15 minuten per partij – om toelichting te geven op hun standpunten ten aanzien van het verzoek om inzage in bepaalde bescheiden door Ansary en de oud-bestuurders.

Na de comparitie zijn er, zo begrijpt deze krant, in beginsel twee opties: partijen gaan schikkingsonderhandelingen in of de zaak wordt voortgezet en geprocedeerd. In het laatste geval zal er naar alle waarschijnlijkheid een schriftelijke ronde volgen waarin Ennia kan antwoorden op de conclusie van antwoord van Ansary in de hoofdzaak.

De CBCS liet ongeveer ruim een maand geleden weten ‘steeds bereid te zijn serieuze schikkingsonderhandelingen te voeren’.

,,In de afgelopen jaren – voor en na het uitspreken van de noodregeling – zijn meerdere keren uitgebreide besprekingen met de heer Ansary gevoerd. Aan de kant van de heer Ansary is tot nu toe echter geen enkele beweging richting een concreet schikkingsvoorstel gekomen, ondanks diverse uitnodigingen daartoe.”

Indien de 94-jarige Amerikaan van Iraanse afkomst met een concreet en realistisch schikkingsvoorstel komt om de door Ennia geleden schade van 700 miljoen gulden te compenseren, staat de Centrale Bank naar eigen zeggen ‘klaar om daarover in gesprek te gaan’.

De door Ennia gedaagden zijn eigenaar Hushang Ansary (Houston), zijn dochter Nina Ansary (Los Angeles), Ansary’s rechterhand Abdallah Andraous (Mullet Bay/Sint Maarten), voormalig algemeen directeur Ralph Palm (Curaçao) en Parman International bv (gevestigd op Curaçao). Allen hebben dezelfde advocaat in de arm genomen.

Oud-directeur Gijsbert van Doorn, eveneens gedaagd, heeft als enige een eigen raadsheer. Hij heeft al eerder vrijwaring verzocht; dat houdt in dat Van Doorn de overige gedaagden in vrijwaring heeft opgeroepen om, bij eventuele veroordeling, te kunnen verhalen op de andere personen.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *