Antilliaans Dagblad | ‘Herpositionering financiële sector’

onlangs kwamen er vanuit de Centrale Bank in Willemstad verontrustende geluiden, dat de aanstaande top van de CBCS, met Richard Doornbosch als nieuwe president, ‘geen toekomst’ zou zien in het Curaçaose financiële dienstencentrum.

Willemstad – De internationale financiële dienstverleningssector van Curaçao zit al enkele jaren in de hoek waar de klappen vallen, vooral door druk van buitenaf, maar was vorig jaar nog altijd goed voor 185 miljoen gulden aan opbrengsten.

Veel minder dan het toerisme, maar wel meer dan de olieraffinage. Zo blijkt uit de jaarcijfers van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS).

Financieel-economisch directeur José Jardim van de CBCS gelooft na de ‘herpositionering’ in nieuwe kansen voor deze van oudsher belangrijk sector op Curaçao.

In de discussie die met Nederland is ontstaan in verband met de coronacrisis en de enorme behoefte aan liquiditeitssteun, heeft staatssecretaris Raymond Knops (CDA) van Koninkrijksrelaties bij herhaling verklaard dat de eilanden – Curaçao, Aruba en Sint Maarten – er goed aan doen om hun economie minder afhankelijk van het toerisme te maken en dus ‘meer te diversifiëren’.

Aruba en Sint Maarten zijn altijd al relatief gezien veel meer afhankelijk geweest van toerisme (vooral uit Noord-Amerika), terwijl Curaçao meerdere sectoren kende. Naast toerisme, raffinage & petroleum, internationale financiële services, vrije zone, handel (exclusief vrije zone), transport & logistiek en bunkering.

De internationale financiële dienstverlening heeft het de afgelopen decennia zwaar gehad, mede door de aangescherpte internationale richtlijnen en regels door de Oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) en de EU (Europese Unie).

Maar ook Koninkrijkspartner Nederland stelde zich streng op jegens Curaçao, terwijl langzaamaan Nederland bekendstaat als een van de grootste ‘belastingparadijzen’ van Europa en zelfs van de wereld.

En onlangs kwamen er vanuit de Centrale Bank in Willemstad verontrustende geluiden, dat de aanstaande top van de CBCS, met Richard Doornbosch als nieuwe president, ‘geen toekomst’ zou zien in het Curaçaose financiële dienstencentrum. Dit zou tijdens een kennismakingbespreking zijn geuit, aldus andere media, maar dit werd daarna niet bevestigd.

Traditioneel was wat voorheen bekend stond als ‘de offshore’ een voornaam onderdeel van de lokale economie, met hoge lonen, hoge productiviteit en een grote toegevoegde waarde (in tegenstelling tot het toerisme, bijvoorbeeld, waar de lonen relatief gezien veel lager zijn). Door alle beperkingen die de afgelopen jaren steeds weer werden opgelegd, is de internationale financiële sector fors teruggelopen. Maar een groot deel van de ‘infrastructuur’, zoals trusten advieskantoren en hoogopgeleiden personen, zijn er nog. Bovendien heeft Curaçao er de afgelopen periode voor gezorgd te voldoen aan de strenge eisen van EU en Oeso. Dit moet volgens Jardim, financieel-economisch directeur van de CBCS en tot Doornbosch aantreedt interim- president, tot de ‘gewenste verbeteringen’ leiden.

Rond de eeuwwisseling – en toen zat ‘de offshore’ al in de min in vergelijking met de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw – was de sector goed voor 18 procent van de totale deviezeninkomsten.

Dat is daarna geslonken tot nog maar 4 procent in 2019. Echter, zoals gezegd, de internationale financiële diensten brachten vorig jaar nog wel 185 miljoen gulden in het laadje: 149 miljoen aan netto-operationele inkomsten en 36 miljoen aan winstbelasting. In de betere jaren was dat circa 500 miljoen op jaarbasis.

Toch benadrukt Jardim dus het belang van ‘de herpositionering’ van deze sector in verband met de ‘hogere toegevoegde waarde’ die het voor de economie met zich meebrengt.

Krachtige pilaren teruggebracht tot dwerggrootte

Ter vergelijking: in 2019 bracht de olieraffinage nog maar 135 miljoen op, maar Curaçao heeft dan ook al een tijd te maken met een vrijwel volledig stilstaande Isla-raffinaderij. De klap van het verlies van deze ‘refining fee’ voor de economie is bijzonder groot, als bedacht wordt dat deze in 2015 nog bijna zo’n 600 miljoen bedroeg; een terugval van 400 miljoen alleen al in de raffinagesector.

De CBCS schat het deviezenbelang van de raffinaderij in 2019 op nog maar zo’n 4 procent vergeleken met nog 16 procent in het jaar 2000. Daarmee zijn twee traditioneel krachtige pilaren van de Curaçaose economie – de internationale financiële sector en de petroleumindustrie – teruggebracht tot dwerggrootte.

Het toerisme is als deviezenmotor sterk gegroeid. Relatief gezien dan; door een eigen autonome groei, maar ook door de terugval van andere sectoren. Bestond het aandeel van het toerisme aan het begin van deze eeuw nog uit slechts 14 procent. Bijna twee decennia later, 2019, zijn deze getallen omgekeerd en is het toerisme goed voor 41 procent van de totale deviezen (ter vergelijking: dit was voor Sint Maarten vorig jaar 65 procent, terwijl het toerisme toen nog niet was hersteld van orkaan Irma).

De ‘inflow’ van deviezen is aanzienlijk – vorig jaar 1.259 miljoen gulden, tegen nog 1.061 miljoen in 2018 – maar bij toerisme is de ‘outflow’ ook aanzienlijk, aangezien de groei van toerisme automatisch gepaard gaat met meer import en andere manieren waarop de verdiende dollars en euro’s Curaçao weer verlaten.

CBCS-topman Jardim hamert daarom naast toerisme op het belang van andere economische sectoren met hogere salarissen. Andere Curaçaose bedrijfstakken zijn de vrije zone; handel; transport; en bunkering. Met de vrije zone werden in het jaar 2000 nog 17 procent van de deviezen gegenereerd; vandaag de dag is dit gehalveerd tot 8 procent. De handel, exclusief de vrije zone, is ook flink gekrompen van 11 procent tot nog maar 3 procent.

De transportsector zit ook in de min met een terugval van 7 tot 3 procent. Bunkering daarentegen doet het wél beter. Was bunkering rond de eeuwwisseling goed voor 6 procent van de volledige deviezentaart, over 2019 registreerde de Centrale Bank CBCS een aandeel van 15 procent.

Dan blijft er qua inkomsten uit export van goederen en diensten nog een restcategorie over die alles bij elkaar nog circa een vijfde van alle deviezen verdienen.

Het lopende jaar, 2020, zal een volstrekt ander beeld opleveren door het plotsklaps – letterlijk van de ene op de andere dag – volledig weggevallen van het toerisme vanaf eind maart als gevolg van de wereldwijde coronapandemie en crisis die dit heeft veroorzaakt. Het benadrukt het belang van diversificatie van de kleine open eilandelijk economie.

De overige tot voor kort vitale sectoren – internationale financiële diensten, raffinage en vrije zone – staan echter door vooral externe factoren zwaar onder druk. De beoogde ‘herpositionering’ van Curaçao als financieel centrum biedt volgens Jardim kans van slagen, maar dan moeten ook wat dit betreft alle neuzen wel dezelfde kant op.

Bron: Antilliaans Dagblad van 21 augustus 2020

4 Reacties op “Antilliaans Dagblad | ‘Herpositionering financiële sector’

  1. Dacht dat de financiele sector op Curacao al meer dan voldoende geherpositioneerd was door Stephen ‘Capone’ Capella en hoerenloper Ralf ‘Bentley’ Palm.

  2. En onlangs kwamen er vanuit de Centrale Bank in Willemstad verontrustende geluiden, dat de aanstaande top van de CBCS, met Richard Doornbosch als nieuwe president, ‘geen toekomst’ zou zien in het Curaçaose financiële dienstencentrum.

    Ik beschouw dit als een verdere aanval van Ned op de offshore van Curacao.
    Perfecte strategie. Zorg dat die klojos in Willemstad een Nederlander benoemt, die geen toekomst ziet in Curacao als financiële dienst centrum..
    Perfect man, en die cabes di baca nan den gobierno no ta mira esey.

  3. Curacao revisited

    “Cbcs topman jardim”.
    En wat heeft deze “topman” de afgelopen 2 jaar bereikt behalve het wegpesten van Bob traa?

  4. En onlangs kwamen er vanuit de Centrale Bank in Willemstad verontrustende geluiden, dat de aanstaande top van de CBCS, met Richard Doornbosch als nieuwe president, ‘geen toekomst’ zou zien in het Curaçaose financiële dienstencentrum.

    Zo zo. Alweer een blunder van de overheid.
    Had men die vent niet eerst geinterviewed ? En kenbaar gemaakt waar wij met het eiland naar toe willen ?
    Had men geen eisenlijst of visie waaraan de nieuwe directeur zou moeten meewerken ?

    Wanneer wordt Gijsberta een keertje opzij gezet ?
    En Jardim.
    Alles wat die jongens doen is zoooo middelmatig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *